Algemene principes  

De belastingen worden berekend op basis van de inkomsten die je tijdens het aanslagjaar verdient. Voor velen is de belangrijkste inkomst, de beroepsinkomst. Deze bestaat uit o.a. het loon, aftrek van rsz-bijdragen, maar ook uit andere bezoldigingen, zoals de woon-werkvergoeding en voordelen van alle aard, zoals een bedrijfswagen.

Om je beroep uit te oefenen, maak je ook kosten (om je te verplaatsen, om de juiste kledij te dragen, ...). Deze kosten kunnen onder bepaalde voorwaarden van de inkomsten afgetrokken worden. De overheid biedt je twee verschillende mogelijkheden:
  1. Forfaitaire aftrek van beroepskosten: De overheid berekent op basis van het brutoloon een forfaitair bedrag dat van het belastbaar inkomen wordt afgetrokken. In dit systeem kan je ook bijkomende vrijstellingen, zoals voor carpoolers bekomen.
  2. Bewijzen van beroepskosten: Je kan je beroepskosten bewijzen. Als deze hoger zijn dan het forfait, dan worden deze van het belastbaar inkomen afgetrokken. Je moet er wel rekening mee houden dat je in dit geval mogelijke extra fiscale vrijstellingen, zoals voor carpoolers verliest.
Afhankelijk van je keuze (forfaitaire aftrek of bewijzen van beroepskosten) zijn de regels om van je fiscaal voordeel te genieten als carpooler anders.
 
Als je met een bedrijfswagen rijdt, word je belast op die wagen (voordeel van alle aard). Door te carpoolen kan je gedeeltelijk of volledig vrijgesteld worden van deze belasting.

Bladwijzer en Delen

Fiscaliteit : intro | Algemene principes | Forfaitaire aftrek van beroepskosten | Het bewijzen van beroepskosten | De bedrijfswagen | Bijkomende vragen